Lessenreeks
Inhoudsopgave:
Inleiding
Video les 2
Verantwoording lessenreeks
Les 1
Les 2
Les 3
Leskaarten (dialoogopdracht, voorleesverhaal en reflectiemoment)
Reflecties
Literatuurlijst
Inleiding:
Vanuit mijn leerlijn heb ik een lessenreeks uitgewerkt. Mijn lessenreeks is gebaseerd op leerjaar 2 van de ISK. De interventie van mijn onderzoek en mijn visie op onderwijs, sport en de behoefte van de leerlingen zitten verwerkt in de lessenreeks. Hierin gaat speciale aandacht naar het inspelen op talenten en individuele leerlingen.
Video les 2:
Video les 2
Verantwoording lessenreeks:
Les 1:
Het ontwikkelen van les 1 heb ik gebaseerd op mijn eigen visie en talentkrachtig onderwijs. De hoofddoelstellingen in les 1 zijn gericht op SEL en taalontwikkeling. Wat je mag verwachten in de les is dat dit wordt gegeven middels het vak concept ‘’het vormingstheoretische lichamelijke opvoedingsconcept’’. Tevens is het algemene uitgangspunt en doelstelling in de les gericht op het sociaal emotioneel leren (SEL) en persoonsvorming. Persoonsvorming start bij een omgeving waarin leerlingen zich veilig (sociaal en fysiek) en gezien voelen. Zo heb ik hier aandacht voor door duidelijke regels te hanteren en ruimte te laten voor emoties. Verder zijn de leerlingen bezig geweest met de sociale competentie ‘’relaties kunnen hanteren’’. Dit omvat sociale omgangsvormen zoals beleefdheid, samenwerken, sorry zeggen en dankbaarheid tonen (Van Der Heide & Kees van Overveld, z.d.). Leerlingen zijn hierin bezig geweest door met elkaar Nederlandse termen te leren tijdens de dialoogopdracht wat resulteert in het verbeteren van coachen en emotieregulatie. Binnen de ISK is taal beperkt beschikbaar om frustraties te uiten. Hierdoor kunnen leerlingen in het Nederlands aangeven waarom ze gefrustreerd zijn op een teamgenoot ‘’loopt niet vrij’’/’’staat niet in positie’’/ ‘’ziet geen ruimte’’. Verder zijn de leerlingen expliciet bezig geweest met het overspelen in de 3v2 spelsituatie en de eindpartij wat resulteert in samenwerken. Zo paste ik dwangstelling toe om één verdediger achter de aanvaller met bal te starten. Hierdoor creëer je een druk voor de aanvaller met de bal waardoor hij direct een keuze moet maken om de 1 tegen 1 uit te spelen of de bal over te spelen. Leerlingen gaan bewust of onbewust altijd voor de pass, zonder dat dit expliciet is benoemd. Ook is er ruimte voor autonomie binnen bepaalde kaders. Motivatie pak ik dan ook aan door gebruik te maken van de zelfdeterminatietheorie. Dit is een theorie van Deci & Ryan waarbij er gekeken wordt naar relatie, autonomie en competentie. Ieder leerling heeft recht om zich component te voelen middels succeservaring, verbondenheid en keuzemogelijkheden binnen hun zelfregulerend vermogen. Zo geef ik keuzemogelijkheden om te kiezen op welk niveau je aan de oefenvormen wilt deelnemen. Nu is het ook zo dat de leerlingen kunnen kiezen voor rustig of fanatiek oefenen. Hierdoor geef ik iedere leerling de ruimte om te oefenen en sporten op eigen niveau, waardoor voor iedereen de succeservaring wordt vergroot. Voor het kwetsbare individu heb ik ook aandacht besteed, door bewust in te spelen op mijn valkuilen. Dit heeft betrekking tot mijn eigen persoonlijk ontwikkelingsplan. Ik heb rekening gehouden met mijn assertieve en appellerend gedrag, wat voor kwetsbare leerlingen negatieve effecten kan hebben. Zo wil ik voor enkele leerlingen van meer leidend gedrag (zoals in het directe instructiemodel) naar coachend gedrag gaan. Het DIM blijft leidend om de hele klas aan het werk te krijgen, maar voor kwetsbare leerlingen wil ik meer maatwerk leveren door coachend op te treden.
les 2:
Het ontwikkelen van les 2 heb ik gebaseerd op mijn eigen visie en talentkrachtig onderwijs. De hoofddoelstellingen in les 2 zijn gericht op SEL en het cognitieve vermogen. Wat je mag verwachten in de les is dat dit wordt gegeven middels het vak concept ‘’het vormingstheoretische lichamelijke opvoedingsconcept’’. Tevens is het algemene uitgangspunt en doelstelling in de les gericht op het sociaal emotioneel leren (SEL) en persoonsvorming. Persoonsvorming start bij een omgeving waarin leerlingen zich veilig (sociaal en fysiek) en gezien voelen. Zo heb ik hier aandacht voor door duidelijke regels te hanteren en ruimte te laten voor emoties. Verder zijn de leerlingen bezig geweest met de sociale competentie ‘’relaties kunnen hanteren’’. Dit omvat sociale omgangsvormen zoals beleefdheid, samenwerken, sorry zeggen en dankbaarheid tonen (Van Der Heide & Kees van Overveld, z.d.). Leerlingen zijn hierin bezig geweest door met elkaar verschillende emoties binnen sport te bespreken tijdens de warming up. Dit werd gedaan aan de hand van casussen. Ook hebben de leerlingen als gehele groep nagedacht over wat goed ging en wat beter kan binnen het samenwerken. Hieruit is klassikaal een leerdoel gekomen waar iedere leerling op gaat letten. De individuele leerling is hierin bezig met de metacognitieve vaardigheid reflecteren. Dit is talentkrachtig, omdat de leerling nadenkt over zijn eigen leerproces. Ook is er ruimte voor autonomie binnen bepaalde kaders. Motivatie pak ik dan ook aan door gebruik te maken van de zelfdeterminatietheorie. Dit is een theorie van Deci & Ryan waarbij er gekeken wordt naar relatie, autonomie en competentie. Ieder leerling heeft recht om zich component te voelen middels succeservaring, verbondenheid en keuzemogelijkheden binnen hun zelfregulerend vermogen. Zo geef ik keuzemogelijkheden om te kiezen op welk niveau je aan de oefenvormen wilt deelnemen. Nu is het ook zo dat de leerlingen kunnen kiezen voor rustig of fanatiek oefenen. Hierdoor geef ik iedere leerling de ruimte om te oefenen en sporten op eigen niveau, waardoor voor iedereen de succeservaring wordt vergroot. Voor het kwetsbare individu heb ik ook aandacht besteed, door bewust in te spelen op mijn valkuilen. Dit heeft betrekking tot mijn eigen persoonlijk ontwikkelingsplan. Ik heb rekening gehouden met mijn assertieve en appellerend gedrag, wat voor kwetsbare leerlingen negatieve effecten kan hebben. Zo wil ik voor enkele leerlingen van meer leidend gedrag (zoals in het directe instructiemodel) naar coachend gedrag gaan. Het DIM blijft leidend om de hele klas aan het werk te krijgen, maar voor kwetsbare leerlingen wil ik meer maatwerk leveren door coachend op te treden.
les 3:
Het ontwikkelen van les 3 heb ik gebaseerd op mijn eigen visie en talentkrachtig onderwijs. De hoofddoelstellingen in les 3 zijn gericht op SEL en de motoriek. Wat je mag verwachten in de les is dat dit wordt gegeven middels het vak concept ‘’het vormingstheoretische lichamelijke opvoedingsconcept’’. Tevens het algemene uitgangspunt en doelstelling in de les gericht op het sociaal emotioneel leren (SEL) en persoonsvorming. Persoonsvorming start bij een omgeving waarin leerlingen zich veilig (sociaal en fysiek) en gezien voelen. Zo heb ik hier aandacht voor door duidelijke regels te hanteren en ruimte te laten voor emoties. Verder zijn de leerlingen bezig geweest met de sociale competentie ‘’relaties kunnen hanteren’’. Dit omvat sociale omgangsvormen zoals beleefdheid, samenwerken, sorry zeggen en dankbaarheid tonen (Van Der Heide & Kees van Overveld, z.d.). Mede doordat de leerlijn midden in het jaar wordt verzorgd, heb ik al een goed beeld wie beschikt over leiderschapskwaliteiten. Binnen een groepsdynamiek heb je altijd leerlingen die graag de rol van leider op zich willen nemen, maar niet krijgen vanuit de groep. Ik wil in elk team een leiderschap type neerzetten. Hierdoor krijgt iedere leerling de kans om te oefenen, fouten te maken en zich te ontplooien die normaal deze mogelijkheid niet krijgt. Leiderstypes willen, vooral in deze doelgroep, van elkaar winnen zullen daarom allemaal hun teamgenoten bij het spel betrekken. Om dit te stimuleren bied ik teams twee teamtactieken aan waaruit ze mogen kiezen die zij na mogen streven. Ik wil dat de leerlingen op de bank in hun team gaan zitten. Als dat gelukt is krijgen ze 1 minuut om te overleggen. Ook doordat ik ASM, en dus handbal, toepas in de les is de leerling verplicht de bal over te gooien, vrij te lopen en te communiceren als ze willen samenwerken. De bal moet continu rondgaan wat samenwerken stimuleert. Ook is er ruimte voor autonomie binnen bepaalde kaders. Motivatie pak ik dan ook aan door gebruik te maken van de zelfdeterminatietheorie. Dit is een theorie van Deci & Ryan waarbij er gekeken wordt naar relatie, autonomie en competentie. Ieder leerling heeft recht om zich component te voelen middels succeservaring, verbondenheid en keuzemogelijkheden binnen hun zelfregulerend vermogen. Zo geef keuzemogelijkheden om te kiezen op welk niveau je aan de oefenvormen wilt deelnemen. Nu is het ook zo dat de leerlingen kunnen kiezen voor rustig of fanatiek oefenen. Hierdoor geef ik iedere leerling te ruimte om te oefenen en sporten op hun eigen niveau, waardoor voor iedereen de succeservaring wordt vergroot. Voor de kwetsbare individu heb ik ook aandacht besteed, door bewust in te spelen op mijn valkuilen. Dit heeft betrekking tot mijn eigen persoonlijke ontwikkelingsplan. Ik heb rekening gehouden met mijn assertieve en appellerend gedrag, wat voor kwetsbare leerlingen negatieve effecten kan hebben. Zo wil ik voor enkele leerlingen van meer leidend gedrag (zoals in het directe instructiemodel) naar coachend gedrag gaan. Het DIM blijft leidend om de hele klas aan het werk te krijgen, maar voor kwetsbare leerlingen wil ik meer maatwerk leveren door coachend op te treden.
Leskaarten (dialoogopdracht, voorleesverhaal en reflectiemoment):
Reflectie:
Op 1 december heb ik aan klas PMB2A de eerste basketbal les van mijn lessenreeks gegeven. Tijdens deze les hebben de leerlingen gewerkt aan het verbeteren van het bewust uitspelen van spelsituaties. Willen den Hartogh heeft tijdens de eindvorm voor mij geobserveerd hoe vaak er bewust werd overgespeeld naar een medespeler. Er zijn twee partijen van tien minuten gespeeld. Leerlingen die opvielen in het bewust overspelen waren Haben W., Haben A. en Dldar. Daarnaast viel het mij tijdens mijn eigen observatie op dat twee leerlingen (Haben W. en Dldar) Nederlands gebruikten om te communiceren en de bal te vragen tijdens de eindpartijen. Mijn ideale beeld was dat iedere leerling minstens tien keer bewust zou overspelen tijdens de eindvorm. Dit werd echter niet gehaald. De overige zeven leerlingen vielen minder op in de observaties. Dit kan meerdere oorzaken hebben, zoals motivatie, persoonlijke omstandigheden of mijn eigen handelen als lesgever. Wat ik in ieder geval weet, is dat mijn klassenmanagement tijdens deze les niet optimaal was. Zo praatte Yohanes meerdere keren door mijn openingspraatje heen. Ook tijdens de instructie van de warming up moest ik hem drie keer waarschuwen. In de eindvorm merkte ik dat hij liever niet wilde meedoen en anderen hierin meenam. Dit deed mij direct denken aan de sneeuwbalmetafoor: kleine ongewenste gedragingen kunnen snel uitgroeien tot grote problemen wanneer je ze niet tijdig corrigeert. Op mijn vorige stageplek, het Preadinius Gymnasium, had ik weinig moeite met klassenmanagement. Ook op de sport BSO kan ik kinderen gemakkelijk aanspreken op hun gedrag en hier consequenties aan verbinden. Dit is normaliter een talent van mij. Dit jaar ervaar ik dat echter als lastiger. Ik voel weerstand om streng te zijn of ‘nep boos’ te worden, omdat ik weet dat de leerlingen al genoeg aan hun hoofd hebben. Ik merk daardoor dat ik coulanter voor de groep sta en dat mijn grenzen vaker worden overschreden. Door de taalbarrière is het soms onduidelijk of normen en waarden bij alle leerlingen helder zijn. Het is mijn taak om dit voor iedereen duidelijk te maken. Omdat ik klassikaal niet veel aan het woord ben, vind ik het belangrijk dat leerlingen aandachtig luisteren op de momenten dat ik instructie geef. Tijdens het openingspraatje keek ik Yohanes meerdere keren bewust aan wanneer hij anderen afleidde. Dit zorgde steeds voor korte momenten van betrokkenheid, maar het hield niet lang stand. Ik had mijn grens eerder moeten aangeven door hem direct persoonlijk aan te spreken. Ook tijdens de instructie was drie keer waarschuwen eigenlijk te veel. Ik had hem even apart moeten zetten, zodat hij kon reflecteren op zijn gedrag. Daarna had ik een kort één op één gesprek met hem kunnen voeren. Tijdens de eindpartij had ik weinig grip meer op een klein groepje leerlingen. Hierdoor was de betrokkenheid lager en deden paar leerlingen niet meer fanatiek mee. Wat ik anders had kunnen doen was sneller en consequenter ingrijpen wanneer leerlingen afwijken van mijn verwachtingen. Ik heb in deze les duidelijk ervaren wat de gevolgen zijn van onvoldoende klassenmanagement. Zo zag ik onrust en minder betrokkenheid tijdens mijn instructies en een lagere intensiteit tijdens de eindvorm. Daarom wil ik sneller positief gedrag benoemen zodat dit gedrag wordt beloond en gezien. Voor de volgende les wil ik gedragsregels formuleren die ik tijdens de les wil nastreven. Zo wil ik dat iedereen luistert wanneer ik mijn openingspraatje of een instructie geef. Ook houden we het materiaal stil wanneer er uitleg is. Einde van de les wil ik hierop reflecteren of het nastreven hiervan gelukt is.
Op 15 december heb ik aan klas PMB2A de tweede basketbal les van mijn lessenreeks gegeven. Tijdens deze les hebben de leerlingen gewerkt aan het verbeteren van het bewust uitspelen van spelsituaties. Willen den Hartogh heeft tijdens de eindvorm voor mij geobserveerd hoe vaak er bewust werd overgespeeld naar een medespeler. Er zijn twee partijen van tien minuten gespeeld. Alle leerlingen zijn positief opgevallen in het bewust overspelen. Iedere leerling heeft vaker bewust overgespeeld. Dit is informatie waar we wat aan hebben! Wel kan het verschillende oorzaken hebben dat de leerlingen meer bewust hebben overgespeeld dan de eerste les. Zo heb ik klassikaal gereflecteerd in de tweede les, waarbij ik rekening hield met een actieve deelname van iedere leerling. Hierdoor konden leerlingen nadenken over hun eigen leerproces gericht op samenwerken. Ook ben ik bezig geweest met het verbeteren van mijn eigen klassenmanagement. Zo ben ik consequenter gaan handelen bij ongewenst gedrag. Hiervoor heb ik meerdere tactieken gebruikt. Zo was stap één: vragen om stilte. Word er tijdens mijn instructie voor de tweede keer door mij heen gepraat door de zelfde leerling? Dichtbij komen en persoonlijker aanspreken. Leid de betreffende leerling vooralsnog andere af? Dan zet je hem apart. Gelukkig was het niet zo ver gekomen! Na het persoonlijker aanspreken wouden leerlingen wel stil zijn en luisteren naar mijn instructie. Ook met het innen van de bal bij de afloop van een spel, moest ik dit doen met meer overtuiging. Leerlingen willen dan nog wel eens de bal wegtrappen, waarna ze doen alsof ze je niet gehoord hebben. Ik heb iedere leerling ‘streng’ aangesproken nadat een leerling dit gedrag vertoonde. Hierdoor blijf ik mijn grenzen, waarden en normen bewaken. Ik kreeg door het aanspreken geschrokken gezichten. Dit geeft aan dat ze vanaf nu weten wat mijn normen zijn. Vraag ik om de bal dan zorg je ervoor dat je de bal naar mij brengt. Verder zijn de leerlingen bezig geweest door met elkaar verschillende emoties binnen sport te bespreken tijdens de warming up. Dit werd gedaan aan de hand van casussen. Dit werd opgepakt door de hele groep. Nu is het zo dat ik meerdere casussen terug heb zien komen in de les. Zo heb ik tijdens de les een één op één gesprek gevoerd met jongen A. Hij werd boos omdat de tegenstander te fysiek speelde tijdens de eindpartij. Jongen A begon te schreeuwen tegen de tegenstander, wat duidelijk niet de juiste keuze is wanneer je dit wilt oplossen. Ik ben samen met de jongen gaan zitten en heb hem rustig kunnen krijgen. Ik kon dit moment heel mooi terug koppelen aan de warming up.
Literatuurlijst:
- Van Der Heide, M. & Kees van Overveld. (z.d.). De JeugdVoetbal trainer [Journal-article]. https://www.keesvanoverveld.nl/files/sel-en-voetbal.pdf